Rekenkamer Amsterdam: Rapport Armoedebeleid
De Rekenkamer Amsterdam publiceert het rapport Armoedebeleid in Amsterdam. De inzet van inkomensondersteunende maatregelen.

Zicht op minima verbeterd, maar deel nog buiten beeld

Met de Armoedemonitor krijgt de gemeente Amsterdam steeds beter grip op de Amsterdamse minimahuishoudens die zij financieel wil ondersteunen. Toch is een deel van deze minima buiten beeld van de gemeente. De rekenkamer schat het werkelijke aantal minimahuishoudens in Amsterdam op ongeveer 80.000 in plaats van 69.000 volgens de Amsterdamse Armoedemonitor. Daardoor schat de rekenkamer het bereik van de gemeentelijke armoedemaatregelen ook lager (60%) in dan de gemeente (69%). Door verbeterde procedures en controle is het aantal fouten bij financiële steun aan minimahuishoudens sterk afgenomen, maar is de toegankelijkheid om een beroep te doen op gemeentelijke financiële steun verminderd. Dit schrijft de rekenkamer in het onderzoek Armoedebeleid in de gemeente Amsterdam: de inzet van inkomensondersteunende maatregelen.

Achtergrond

In 2008 gaf de gemeente Amsterdam ruim € 78 miljoen uit voor het gemeentelijk armoedebeleid. Hiervan ging ongeveer € 59 miljoen naar financiële steun van minima-huishoudens; de zogeheten inkomensondersteunende maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn financiële steun bij nood, ziekte en handicap (Bijzondere bijstand: € 13 miljoen), kwijtschelding van belastingen (€ 13 miljoen), financiële hulp aan gezinnen die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen (Langdurigheid-toeslag + Knipkaart: € 11 miljoen), steun aan gezinnen met een laag inkomen en kinderen (Scholierenvergoeding: € 7 miljoen) en ouderen met een laag inkomen (Plusvoorziening 65+: € 4 miljoen).

De rekenkamer onderzocht de inzet van 17 inkomensondersteunende maatregelen in Amsterdam in de periode 2006-2009. 

Doelen, doelgroep en bereik

De gemeente Amsterdam wil met het aanbieden van inkomensondersteunende maatregelen voorkomen dat Amsterdammers om financiële redenen niet kunnen meedoen aan de samenleving. Zij streeft naar een zo hoog mogelijk gebruik hiervan door de doelgroep; huishoudens met een inkomen tot 105% en sinds 2006 tot 110% van de bijstandsnorm. De minimahuishoudens die sinds 2006 aan het armoedebeleid zijn toegevoegd (circa 11.000) bereikt de gemeente nauwelijks; hiervan zijn er 132 bij de gemeente bekend. De gemeente slaagt er minder goed in om langdurige minima te bereiken met haar armoedemaatregelen. Dit bereik is afgenomen van 73% in 2006 tot 61% in 2008.

Armoedeval

Net als in andere gemeenten dragen inkomensondersteunende maatregelen in Amsterdam bij aan de zogeheten armoedeval: de koopkracht neemt beperkt toe bij een hoger inkomen als gevolg van aflopende financiële steun. Indien bij gezinnen met kinderen het inkomen bruto toeneemt met 30% ten opzichte van het bijstandsniveau, dan leidt deze netto verbetering van het inkomen van € 4.190 tot een verbetering van de koopkracht van slechts € 855. Dit komt doordat gemeentelijke (55%) en landelijke (45%) financiële steun eindigt.

Vermindering fouten bij uitgaven, maar gevolgen voor toegankelijkheid

De gemeente verbeterde de rechtmatige uitvoering van het armoedebeleid. Zo verstrekte de Dienst Werk en Inkomen in 2006 nog ruim € 2 miljoen aan inkomensondersteuning niet rechtmatig. In 2009 is dit bedrag teruggebracht tot ongeveer € 200.000. Een uitzondering op deze verbeteringen zijn de uitgaven voor de Scholierenvergoeding. In 2009 bleek bij een onderzoek van de gemeente dat slechts bij 45% van de declaraties de juistheid ervan kon worden vastgesteld, mede omdat de ontvangers niet meewerkten aan het onderzoek.

Om de fouten bij de uitvoering te verbeteren is de gemeente voorzichtiger geworden bij het actief en breed benaderen van minimahuishoudens. Hierdoor is het voor een deel van de minimahuishoudens moeilijker geworden om financiële steun aan te vragen. Verder is in de praktijk de zogeheten één-loket-gedachte nog niet van de grond gekomen. Minima-huishoudens moeten langs 4 verschillende loketten om financiële steun aan te vragen.

Aanbevelingen

De rekenkamer deed 10 aanbevelingen voor verbetering van de uitvoering van maatregelen voor financiële steun aan minimahuishoudens. Dit betrof onder meer het beter registreren van kenmerken van huishoudens en het beter koppelen van bestanden van verschillende overheidsorganisaties om met behoud van rechtmatigheid de toegankelijkheid en daarmee het gebruik van de regelingen te vergroten. Het college neemt 7 aanbevelingen geheel en 3 gedeeltelijk over. 

Voor het complete rapport zie: Armoedebeleid Amsterdam

Bron: Rekenkamer Amsterdam


Datum laatste wijziging: 31-05-2010